Het aantal meldingen van rattenoverlast in Peel en Maas is de afgelopen jaren flink toegenomen. Waar de gemeente in 2024 nog 113 meldingen ontving, staat de teller dit jaar al op 272. Toch ziet het college van burgemeester en wethouders geen aanleiding om extra maatregelen te nemen of het huidige beleid aan te passen. Volgens de gemeente is er geen sprake van een groot structureel rattenprobleem.
Dat blijkt uit antwoorden op schriftelijke vragen van raadslid Wezenberg namens de fractie Lokaal Peel en Maas. De partij wilde weten hoe groot de rattenoverlast in de gemeente is, welke dorpen ermee te maken hebben en of aanvullende maatregelen nodig zijn.
De cijfers laten een duidelijke stijging zien. In 2024 kwamen 113 meldingen binnen, in 2025 waren dat er 179 en in 2026 zijn tot en met 15 september al 272 meldingen geregistreerd. Dat is ruim twee keer zoveel als in heel 2024, terwijl het jaar nog niet voorbij is.
Volgens het college komen meldingen uit alle dorpen binnen Peel en Maas. De gemeente wijst op verschillende mogelijke oorzaken voor de toename, waaronder zachtere winters, verouderde rioleringen, rondslingerend afval en etensresten.
Ook de strengere regels voor het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen spelen volgens de gemeente een rol.
De gemeente erkent dat recente berichten over mogelijke rattenoverlast in Maasbree tot extra meldingen hebben geleid. Door de aandacht in de media zijn inwoners alerter geworden op de aanwezigheid van ratten.
Naar aanleiding van de signalen heeft een ongediertebestrijder onderzoek gedaan in Maasbree. Daarbij werd de openbare ruimte geïnspecteerd en kregen bewoners informatie en advies.
Volgens het college zijn tijdens het onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor een grootschalig rattenprobleem. Ook in delen van Helden en Panningen was in het verleden langere tijd sprake van verhoogde rattenactiviteit. Daar zijn maatregelen genomen en is de situatie volgens de gemeente inmiddels onder controle.
De gemeente werkt volgens de principes van Integrated Pest Management (IPM). Daarbij ligt de nadruk op het voorkomen van overlast, bijvoorbeeld door voedselbronnen en schuilplaatsen weg te nemen.
Wanneer ratten in de openbare ruimte worden aangetroffen, kan de gemeente speciale Strygoo-vallen inzetten. Die worden eerst gebruikt om de aanwezigheid van ratten te monitoren en vervolgens, indien nodig, om dieren te vangen.
Ook bij rioolvervangingen worden maatregelen genomen. De gemeente werkt samen met een gespecialiseerd bedrijf om voorafgaand aan werkzaamheden het aantal ratten in de riolering terug te dringen. De eerste resultaten daarvan zijn volgens het college positief.
Volgens de gemeente kunnen verschillende omstandigheden bijdragen aan rattenoverlast. Zo kunnen kippenhokken en andere dierenverblijven aantrekkelijk zijn voor ratten vanwege beschikbaar voer, warmte en schuilmogelijkheden.
Ook slecht afgesloten afvalcontainers, voedselresten, begroeiing en opslagplaatsen kunnen ratten aantrekken. Zelfs kastanjebomen kunnen indirect een rol spelen, doordat gevallen kastanjes als voedsel dienen.
De gemeente benadrukt dat rattenoverlast meestal niet één duidelijke oorzaak heeft, maar ontstaat door een combinatie van omstandigheden.