BBB Peel en Maas diende dinsdagavond tijdens de raadsvergadering een motie van wantrouwen in tegen wethouder Erik Nijssen. Daarnaast kreeg wethouder Tijs van Lierop een motie van treurnis aan zijn broek. Wat betekenen deze moties precies en wat zijn de verschillen?
Nijssen en Van Lierop kregen forse kritiek op hun rol in het dossier over de aankoop van het voormalige klooster in Koningslust. De wethouders worden door BBB verweten dat zij de raad bewust verkeerd hebben geïnformeerd over de invulling van het klooster.
Met de motie van wantrouwen zei BBB het vertrouwen in Nijssen op. Deze motie werd weliswaar afgewezen, maar had bij voldoende stemmen kunnen leiden tot een vertrek uit het college. Een motie van treurnis is een mildere vorm, waarbij een gemeenteraad ‘slechts’ aangeeft dat het teleurgesteld is in het handelen van een wethouder, burgemeester of het college.
Een motie van treurnis heeft geen directe gevolgen voor de persoon tegen wie de motie is gericht. De wethouder hoeft bijvoorbeeld niet automatisch op te stappen. Het is vooral een duidelijk politiek signaal van de gemeenteraad.
Tussen een motie van treurnis en motie van wantrouwen zit nog een motie van afkeuring. Daarmee zegt de gemeenteraad dat hij het handelen van een wethouder of het college afkeurt. De raad vindt dus dat er iets ernstigs of onjuists is gebeurd.
Ook bij een motie van afkeuring hoeft een wethouder niet automatisch af te treden. De bestuurder kan besluiten om aan te blijven. De politieke gevolgen kunnen wel groot zijn. Een aangenomen motie laat zien dat een meerderheid van de raad het handelen van de bestuurder niet accepteert.
BBB-fractievoorzitter Paul Sanders zei tijdens de raadsvergadering geschrokken te zijn van het dossier dat de raadsleden over de aankoop van het klooster in Koningslust mochten inzien. Volgens de partij blijkt daaruit dat Nijssen wist dat commercieel wonen tot de mogelijkheden behoorde, terwijl lange tijd aan gemeenteraad en inwoners is verteld dat een maatschappelijke invulling een voorwaarde van het bisdom was.
BBB richtte zich ook op Van Lierop, die het dossier eind 2025 van Nijssen overnam. Volgens Sanders kreeg Van Lierop daarna signalen die aanleiding gaven om vraagtekens te zetten bij de eerdere uitleg over de positie van het bisdom. Toch bleef richting de raad de boodschap overeind dat een maatschappelijke bestemming een uitdrukkelijke voorwaarde was.
Omdat beide moties werden verworpen, mogen Nijssen en Van Lierop aanblijven als wethouders. Toch heeft het college, dat pas vijf maanden onderweg is, met dit dossier zijn eerste flinke politieke tik te pakken.