De aanpak van droogte en dalende grondwaterstanden schiet tekort. Dat stelt hydroloog Gé van den Eertwegh, die opgroeide in Baarlo. Volgens hem ontbreekt het aan dwingende wetgeving en wordt er te weinig gedaan om structurele oplossingen af te dwingen. “Het gaat te langzaam. Er is veel beleid en er zijn veel plannen, maar echte actie blijft uit.”
Dat zegt hij in gesprek met L1
Droogte steeds vaker ‘nieuwe normaal’
Volgens Van den Eertwegh is het patroon duidelijk: droge voorjaren met veel zon en een schrale oostenwind komen steeds vaker voor. De verdamping is groot, terwijl gewassen juist water nodig hebben om te groeien. Daardoor wordt er volop grondwater opgepompt, met een dalende grondwaterstand als gevolg. “Het begint het nieuwe normaal te worden,” zegt hij. “En daar is ons systeem nog onvoldoende op ingericht.”
Pleidooi voor strengere regels
De hydroloog is kritisch op het huidige beleid van overheid en waterschap. Op dit moment geldt vaak een meldingsplicht voor het oppompen van grondwater. Boeren geven zelf aan hoeveel water ze gebruiken, maar controle daarop is lastig. Van den Eertwegh pleit daarom voor een vergunningsplicht met strenge handhaving. “Er zijn duizenden grondwaterputten in Limburg, maar toezicht op het daadwerkelijke gebruik ontbreekt. Dan kun je ook niet effectief sturen.”
Water van iedereen
Volgens de hydroloog ligt er ook een misverstand aan de basis van het probleem. “Regenwater valt op het land, maar grondwater is van niemand. Ook niet van de boeren. Het idee dat je daar vrij over kunt beschikken, klopt niet.” Tegelijkertijd wordt er volgens hem in de winter nog te weinig water vastgehouden. Landen worden bewust droog gehouden om ze in het voorjaar met zware machines te kunnen bewerken. “Maar daarmee verlies je juist water dat je later hard nodig hebt.”
Andere keuzes nodig
Dat vraagt volgens Van den Eertwegh om andere keuzes in landgebruik. Zo stelt hij dat boeren die in natte gebieden telen, ook de risico’s moeten accepteren. “Je kunt best aardappelen telen in een beekdal, maar dan moet je niet om schadevergoeding vragen als het land onderloopt. Dat hoort bij het ondernemingsrisico.”
Landbouwsector ziet beperkingen
De Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) erkent het probleem, maar wijst erop dat oplossingen niet eenvoudig zijn. Volgens bestuurslid Peter van Dijck is het lastig om over te stappen op andere gewassen.
“Er is geen enkel gewas dat zonder water kan,” zegt hij. “Wel kun je soms kiezen voor gewassen die dieper wortelen of minder snel beregend hoeven te worden, maar het is niet zo simpel als vaak wordt gedacht.” Volgens de LLTB ligt een deel van de oplossing juist in het beter benutten van water in natte periodes. “We voeren in de winter nog steeds te veel water af, terwijl we dat later nodig hebben. Daar moeten we als samenleving beter over nadenken.”
Samenhang ontbreekt
Van den Eertwegh wijst tot slot op een belangrijk knelpunt: beleidsterreinen sluiten onvoldoende op elkaar aan. Zo kan het terugdringen van veehouderij leiden tot meer akkerbouw, wat juist weer meer watergebruik met zich meebrengt. “Het stikstofdossier en het waterdossier moeten veel meer met elkaar verbonden worden,” stelt hij. “Waterschappen en provincies moeten hun rol pakken. Zij gaan over het water, dus neem die verantwoordelijkheid.”