De leefbaarheid in de dorpskernen van de gemeente Beesel is over het algemeen goed, maar het gemeentelijk beleid rondom leefbaarheid is versnipperd en onvoldoende meetbaar. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de Rekenkamer Beesel naar de doeltreffendheid van het leefbaarheidsbeleid in Beesel, Reuver en Offenbeek.
Ziel van gemeenschap
Volgens het rapport voelen inwoners zich sterk verbonden met hun dorp, maar staan voorzieningen, sociale samenhang en de leefomgeving onder druk door onder meer vergrijzing en het verdwijnen van voorzieningen. “Niet zomaar plekken verdwijnen, maar de ziel van de gemeenschap,” schrijft de Rekenkamer, verwijzend naar de documentaire Geluif in ’t Goeije.
Leefbaarheid
Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente op veel terreinen actief beleid voert dat bijdraagt aan leefbaarheid, zoals woningbouw, mobiliteit, veiligheid en sociale verbondenheid. Toch ontbreekt een overkoepelende definitie van leefbaarheid en is er geen gemeentebreed systeem om resultaten structureel te meten of te monitoren.
De Rekenkamer concludeert dat er “deels” sprake is van samenhangend beleid, maar dat doelen vaak niet duidelijk en meetbaar zijn geformuleerd. Ook ontbreekt volgens het rapport een eenduidige manier waarop leefbaarheid wordt gemeten.
Voorzieningen blijven aandachtspunt
Op basis van cijfers uit de Leefbaarometer scoort de gemeente Beesel over het algemeen beter dan het landelijke gemiddelde, vooral op het gebied van woningvoorraad, sociale samenhang en veiligheid.
Toch blijft het voorzieningenniveau in alle drie de kernen achter bij het landelijke gemiddelde. Vooral de afstand tot winkels, horeca en bibliotheken is de afgelopen jaren toegenomen.
Van de drie kernen scoort Beesel objectief het beste op leefbaarheid. Reuver laat een positieve ontwikkeling zien en Offenbeek beweegt richting het landelijke gemiddelde, al blijven daar knelpunten bestaan op het gebied van fysieke omgeving en voorzieningen.
Veel initiatieven
De gemeente zette de afgelopen jaren diverse projecten op om de leefbaarheid te versterken. Zo kwamen er nieuwe beweegroutes, rookvrije sportlocaties, heringerichte dorpscentra, ontmoetingsplekken en woningbouwprojecten voor starters en senioren. Ook werd ingezet op sociale initiatieven zoals open inloopvoorzieningen, ondersteuning tegen eenzaamheid en wijkgerichte aanpakken.
Volgens de Rekenkamer sluiten veel van deze projecten logisch aan op het vastgestelde beleid. Wel ontbreekt vaak inzicht in de daadwerkelijke maatschappelijke effecten van de maatregelen.