De jaarlijkse lintjesregen stond dit jaar opnieuw in het teken van mensen die zich al jarenlang, vaak buiten de schijnwerpers, inzetten voor hun omgeving. Burgemeester Bob Vostermans verraste twaalf inwoners met een benoeming tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau, Martijn Derks deed dit bij vijf inwoners. Wat volgde waren warme, soms emotionele ontmoetingen waarin vooral één gevoel overheerste: oprechte verbazing.
De meeste gedecoreerden zagen het niet aankomen. De burgemeester verscheen onaangekondigd aan de deur, terwijl familie en bekenden zich al hadden verzameld. Voor sommigen voelde het als een overval, zij het een bijzondere. De verrassing maakte al snel plaats voor ontroering, zeker toen duidelijk werd hoeveel mensen betrokken waren bij de voordracht en de organisatie van het moment. De aanwezigheid van kinderen, kleinkinderen, vrienden en verenigingsleden gaf de uitreikingen een persoonlijk en bijna intiem karakter.
Wat deze lintjesregen opnieuw duidelijk maakt, is hoe vanzelfsprekend vrijwilligerswerk voor veel mensen is geworden. De verhalen achter de onderscheidingen zijn indrukwekkend, maar worden door de betrokkenen zelf vaak met grote nuchterheid verteld. Jarenlange mantelzorg, bestuurlijke inzet bij verenigingen, begeleiding van jongeren of het organiseren van activiteiten: het zijn werkzaamheden die niet worden gezien als bijzonder, maar als iets dat er gewoon bij hoort.
Die bescheidenheid klinkt door in vrijwel alle reacties. Meerdere gedecoreerden benadrukken dat ze hun inzet nooit hebben gezien als iets waarvoor erkenning nodig is. Ze spreken eerder over plezier, betrokkenheid en de wens om iets voor een ander te betekenen. Sommigen noemen zichzelf zelfs “een stille kracht”, iemand die liever op de achtergrond blijft. Juist daarom voelt de officiële waardering des te groter.
Tegelijkertijd laat de lintjesregen zien hoe breed en diep geworteld die inzet is binnen de gemeenschap. Veel van de onderscheiden inwoners zijn al tientallen jaren actief en hebben in die tijd meerdere rollen vervuld. Ze groeiden mee met verenigingen, namen verantwoordelijkheid op momenten dat dat nodig was en bleven zich inzetten, ook wanneer omstandigheden veranderden. Vrijwilligerswerk blijkt daarmee niet iets tijdelijks, maar een rode draad door hun leven.