Bij levensloopbestendig wonen denken we al snel aan een slaapkamer en badkamer op de begane grond. Dat is een begin, maar nog geen garantie dat een woning ook prettig blijft wanneer lopen, draaien of verzorgen moeilijker wordt.
Column door: Maarten Pijnenborgh
Een huis voor later moet juist in het dagelijks gebruik kloppen. Kun je met een rollator gemakkelijk van de woonkamer naar de badkamer? Is de douche echt drempelloos? Draait een deur de goede kant op? Is er voldoende ruimte naast het bed en kan thuiszorg veilig werken? Zulke vragen lijken klein zolang alles goed gaat, maar worden bepalend zodra je mobiliteit afneemt.
Ook de keuken, berging en techniek tellen mee. Waar staat de wasmachine? Kun je boodschappen kwijt zonder telkens een trap te gebruiken? Zijn schakelaars, ramen en deuren logisch bereikbaar? En blijft er buitenruimte over waar je fijn kunt zitten, in plaats van alleen een betegeld hoekje dat op papier een terras heet?
Wat mij betreft moeten gemeenten, ontwikkelaars en architecten minder ontwerpen vanuit minimale normen en meer vanuit een heel mensenleven. Senioren zoeken meestal geen zorgwoning. Ze zoeken een aantrekkelijk en volwaardig huis waarin zorg later mogelijk is, zonder dat de woning nu al als instelling voelt.
Wonen met het oog op later betekent niet kleiner denken. Het betekent slimmer denken. Bouw een huis waar je vandaag graag woont en morgen niet noodgedwongen uit hoeft te vertrekken.