Het Limburgs moet een vanzelfsprekende plek krijgen in de samenleving, van de kinderopvang en het onderwijs tot de media en het dagelijks leven. Daar zet het Hoes veur ’t Limburgs zich voor in. Taalkundige Stefanie Steinhauer-Ramachers houdt zich binnen de organisatie bezig met onderzoek en kennisdeling. Ze wil onder meer laten zien welke rol de streektaal kan spelen bij de ontwikkeling van kinderen. Ze vertelt erover in het programma 'Kal toch Plat!'.
Een belangrijk aandachtspunt is het gebruik van het Limburgs bij jonge kinderen. Volgens Steinhauer-Ramachers bestaan er nog veel misverstanden over het spreken van dialect op school. Sommige leerkrachten denken dat het gebruik van Limburgs niet is toegestaan of dat er direct volledig in dialect les moet worden gegeven.
Dat is niet het geval.
Het Hoes wil juist stimuleren dat kinderen ook in het Limburgs worden aangesproken en leren over de verschillende talen die in hun omgeving voorkomen. Dat past binnen het programma Meer Kansen Met Meertaligheid, dat leerkrachten handvatten biedt om met taaldiversiteit in de klas om te gaan.
Limburg kent van oudsher verschillende talen en dialecten. Naast het Nederlands en Limburgs spelen ook het Duits en Frans een rol in de regio. Bovendien groeien steeds meer kinderen op met andere thuistalen.
Het Hoes veur ’t Limburgs wil dat die diversiteit positief wordt benaderd. Aandacht voor de moedertaal kan bijdragen aan de taalontwikkeling en de identiteitsvorming van kinderen. Ook kunnen leerlingen meer begrip ontwikkelen voor andere talen en culturen.
Het gaat daarbij niet om een keuze tussen Nederlands en Limburgs. Beide talen kunnen naast elkaar bestaan. Door kinderen vertrouwd te maken met verschillende talen, wil de organisatie bijdragen aan een open houding tegenover taalverschillen.
Naast het onderwijs werkt het Hoes aan een sterkere officiële positie voor het Limburgs. De streektaal is sinds 1997 erkend onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. De provincie Limburg wil toewerken naar een hogere erkenning, vergelijkbaar met die van het Fries.
Het provinciale programma ‘Same veur ’t Limburgs’ heeft als doel om die erkenning in 2030 te bereiken. Een hogere status kan meer mogelijkheden bieden om afspraken te maken over het gebruik en behoud van de taal.
Voor Steinhauer-Ramachers en haar collega’s blijft ondertussen het dagelijkse gebruik minstens zo belangrijk. De streektaal moet niet alleen worden beschermd, maar vooral gesproken en doorgegeven. Door het Limburgs een plek te geven in de kinderopvang, op school en in het dagelijks leven wil het Hoes ervoor zorgen dat ook volgende generaties ermee kunnen opgroeien.