Bewoners van de gemeente Peel en Maas kunnen de komende weken onderzoekers met verrekijkers in hun straat tegenkomen. Zij brengen het leefgebied van de huismus in kaart.
Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de gemeente en heeft als doel om beter inzicht te krijgen in waar deze beschermde vogelsoort voorkomt. Volgens ecoloog Emma Labohm, die betrokken is bij het onderzoek, is dat hard nodig. Zo vertelt ze tegen L1.
“Je hoort steeds minder het gekwetter van de huismus,” vertelt ze. Met haar getrainde gehoor weet ze de vogels snel te lokaliseren. “Als je goed luistert, kun je ze nog vinden. Ze zijn nu druk bezig met het bouwen van nesten, vaak onder dakpannen.”
Nulmeting en beschermde soorten
Het onderzoek maakt deel uit van een zogenoemd soortenmanagementplan. Daarbij wordt eerst een nulmeting uitgevoerd: een inventarisatie van waar de huismus zich momenteel bevindt. Ook de gierzwaluw en verschillende soorten vleermuizen worden meegenomen. Deze diersoorten zijn beschermd volgens Europese natuurwetgeving. Dat betekent dat nesten niet zomaar verwijderd of verstoord mogen worden.
Verduurzaming blijft mogelijk
Volgens Labohm hoeft dat verduurzaming niet in de weg te staan. “Als we weten waar de dieren zitten, kunnen we duidelijke richtlijnen opstellen. Bijvoorbeeld door werkzaamheden buiten het broedseizoen te plannen of vervangende nestplekken aan te bieden.” Bewoners die hun woning willen isoleren of verbouwen, kunnen via de gemeente gebruikmaken van deze richtlijnen en de bijbehorende vergunningen.
Minder schuilplekken
Dat mensen minder huismussen zien, is volgens de ecoloog geen toeval. “De soort heeft het moeilijk gehad. Het gaat nu iets beter, maar zonder maatregelen kan dat snel weer omslaan.” Als oorzaken noemt ze onder meer het verdwijnen van groen in tuinen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. “Tegels en het verdwijnen van hagen zorgen voor minder voedsel en schuilplekken.”
Het onderzoek in Peel en Maas loopt nog tot en met 2027.