Waar ooit een strak gazon lag, groeien inmiddels tientallen soorten bloemen, kruiden en grassen. Tuinarchitect Ves Reijnders besloot de natuur in zijn eigen tuin meer ruimte te geven. Wat begon als een experiment, is drie jaar later uitgegroeid tot een kleine bloemenwei met bijna 70 verschillende soorten.
Een perfect groen gazon onderhouden? Ves Reijnders heeft er steeds minder behoefte aan. In plaats van maaien, bemesten en proberen iedere ongewenste plant uit het gras te houden, laat hij een groot deel van zijn tuin tegenwoordig bewust verwilderen.
Blijer
„Ik word er gewoon steeds blijer van”, vertelt hij. „Als ik nu kijk, heb ik van gras eigenlijk een bloemenwei gekregen.” Die keuze levert volgens hem niet alleen een kleurrijker beeld op. Sinds de tuin natuurlijker wordt beheerd, ziet Reijnders ook veel meer insecten verschijnen. Bijen, vlinders en andere dieren weten de bloemen gemakkelijk te vinden. „Als ik zie hoeveel insecten, bijen en vlinders ik elke dag op bezoek krijg, die hier ook blij van worden, dan denk ik: het is niet eens verkeerd. Laat het maar gewoon zijn gang gaan.”
Bijna 70 soorten
Het natuurlijke experiment zit inmiddels in zijn derde jaar. Reijnders telt naar eigen zeggen bijna 67 verschillende soorten wilde bloemen en grassen in zijn tuin. Door het jaar heen verandert het beeld voortdurend. In het voorjaar verschijnen onder meer madeliefjes en paardenbloemen. Later nemen andere soorten het over. Ook vergeet-mij-nietjes, biggenkruid en knoopkruid hebben een plek gevonden.
Paardenbloem
Juist planten die in veel tuinen als onkruid worden beschouwd, mogen bij Reijnders blijven staan. De paardenbloem is daar een goed voorbeeld van. Waar anderen die vaak uit hun gazon steken, ziet hij vooral de waarde ervan voor de natuur. „Dan zie ik zo'n paardenbloem met een bij erop en denk ik: waarom halen we die er eigenlijk allemaal uit?”
Zelf nieuwe soorten toevoegen
Helemaal niets doen is het overigens niet. Reijnders laat de natuur veel ruimte, maar voegt zelf ook planten toe. Daarmee onderzoekt hij welke soorten zich tussen de bestaande wilde begroeiing kunnen handhaven. Daarbij kijkt hij niet alleen naar wat hij zelf mooi vindt. Sommige nieuwe bloemen moeten de tuin aantrekkelijker maken voor zijn vrouw, andere zijn juist bedoeld om meer bijen en vlinders aan te trekken.
Welke planten uiteindelijk blijven en welke verdwijnen, is volgens Reijnders moeilijk te voorspellen. Dat maakt het experiment juist interessant. „Volgens mij raak je daar nooit op uitgeleerd. De natuur gaat al miljoenen jaren haar gang. Dan kunnen wij niet denken dat we dat in een paar jaar helemaal begrijpen.”
Minder ingrijpen
Zijn belangrijkste boodschap is dan ook eenvoudig: probeer de natuur niet voortdurend naar je hand te zetten. Een gazon hoeft volgens hem niet altijd strak, kort en zo groen mogelijk te zijn. Door minder te maaien en minder in te grijpen, kunnen vanzelf allerlei planten en dieren een plek krijgen.
Compromis
Niet iedereen vindt zo'n wilde tuin direct mooi. Ook de vrouw van Reijnders had haar bedenkingen. Als compromis zorgt hij ervoor dat de paden door de tuin netjes en vrij blijven. De rest mag voor een groot deel zijn eigen gang gaan. En juist daarin zit voor Reijnders de aantrekkingskracht: iedere periode verschijnen andere bloemen, insecten en kleuren. Wat ooit gewoon gras was, is zo veranderd in een voortdurend natuurproject.