Viroloog Marion Koopmans uit Limburg denkt niet dat het realistisch was geweest om al veel eerder beperkende maatregelen te nemen om het coronavirus in te dammen. Dat zei zij tijdens haar verhoor bij de parlementaire enquête over de coronapandemie.
Volgens Koopmans had eerder ingrijpen begin februari 2020 “in theorie heel veel uitgemaakt”. In die periode waren er in Europa nog maar ongeveer vijftig bekende besmettingen. Toch was er toen volgens haar nog te weinig bekend over het virus om zware maatregelen te rechtvaardigen.
Carnaval speelde grote rol
Tijdens het verhoor ging Koopmans ook in op het doorgaan van carnaval in onder meer Noord-Brabant en Limburg. Achteraf bleek carnaval een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de snelle verspreiding van het coronavirus. Evenementen in deze periode zorgden achteraf voor een grote verspreiding. Zo ontstond er in Kessel begin maart een brandhaard van besmettingen. Het zorgde voor veel besmettingen en doden in Peel en Maas. Daarmee werd de gemeente zwaar getroffen.
Koopmans noemt het achteraf gezien begrijpelijk dat vragen worden gesteld over het doorgaan van carnaval, maar stelt dat het destijds “een stap te ver” zou zijn geweest om het feest af te gelasten op basis van besmettingen in andere landen.
Eerste lockdown
In eerste instantie probeerde Nederland het virus onder controle te houden met bron- en contactonderzoek. Pas op 8 maart 2020 werd volgens het OMT duidelijk dat het coronavirus zich al te ver had verspreid om alleen met hygiënemaatregelen en contactonderzoek te bestrijden. Een week later ging Nederland voor het eerst in lockdown.
Met de kennis van nu denkt Koopmans dat er wereldwijd al begin januari maatregelen genomen hadden moeten worden. Toch betwijfelt zij of de pandemie dan heel anders zou zijn verlopen.