Volgens wethouder Wanten is de maatregel zorgvuldig afgewogen. “Lokale voorrang mag alleen als je kunt aantonen dat er sprake is van schaarste en verdringing. In kleine kernen is dat het geval: er komen weinig woningen vrij en de wachtlijsten zijn lang. Die woningen willen we het liefst toewijzen aan mensen die daar al wonen en wachten op een huis.”
De regeling betekent niet dat woningen automatisch naar lokale woningzoekenden gaan. Het gaat om maximaal 50 procent van de vrijkomende woningen. Als niemand uit de kern reageert, wordt de woning gewoon regulier toegewezen. Er verandert dan niets.
Zorgen bij PvdA/GroenLinks
PvdA/GroenLinks plaatst kanttekeningen bij het beleid. De partij vreest dat andere woningzoekenden, zoals starters of mensen met een urgente woonvraag, de dupe kunnen worden. Ook wordt de vraag gesteld of er in kleine kernen wel voldoende vraag is naar sociale huurwoningen van starters.
Volgens het college is die vraag er wel degelijk. “Er is nog steeds behoefte aan sociale huur, ook in de dorpen. Daar wonen mensen die het niet breed hebben en moeilijk doorstromen. Dat is precies de opgave waar we voor staan.”
Tegelijkertijd erkent het college dat lokale voorrang geen structurele oplossing is. “De echte oplossing ligt in het bouwen van meer woningen. We moeten simpelweg toevoegen, ook sociale huur.”
Keren mensen terug naar hun kern?
Een andere zorg die tijdens de discussie werd uitgesproken, is of mensen die met voorrang een woning krijgen ook daadwerkelijk in hun eigen kern blijven wonen.
De discussie in Peel en Maas past binnen de regio. Acht Noord-Limburgse gemeenten – waaronder Beesel, Venlo, Venray en Horst aan de Maas – willen dat de helft van de nieuw te bouwen koopwoningen in eerste instantie beschikbaar komt voor mensen met lokale binding.