Met drie nummers in de finale van het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer laat Job van Hoof uit Grashoek opnieuw zien dat hij tot de vaste waarden behoort binnen het LVK-circuit. In een jaar waarin de concurrentie groot is en de verschillen klein zijn, weet de songwriter zich opnieuw nadrukkelijk te onderscheiden.
De drie finaleplekken voelt voor Van Hoof als het hoogst haalbare. „Meer dan de finale kun je niet bereiken,” zegt hij nuchter. „Ik heb de nummers allemaal samen met andere mensen geschreven, en zeker niet de minsten. Dus het is niet alleen mijn verdienste, maar het blijft natuurlijk bijzonder.” Hij schreef het nummer ´Niks, niks, niks´ van de Prins en Aod Prinse Graashook met Quirien van Haelen en Frits Criens. Samen met Mark van Mullekom werkte hij aan de Vastelaovesvirtuoos van Oét de Maot uit Venlo. Ook schreef hij voor Men in Pek de muziek van Ich heb 'n stam ontdektj, waar Quirien van Haelen de tekst voor maakte.
Klassement
Dat zijn naam steeds vaker terugkomt bij de finale, past in een breder beeld. Het klassement van schrijvers met de meeste LVK-finaleplekken staat al jaren onder aanvoering van Guus Steinen (31), gevolgd door Bas Keltjens uit Neer (29) en Mark van Mullekom uit Helden (28). Daarachter volgen onder meer Maurice Pluijmakers (27) en Ben Erkens (24).
Wat opvalt: de verschillen in de top zijn klein. Met een paar sterke jaren kan het klassement er zomaar anders uitzien. „Het wordt de komende jaren echt spannend,” klinkt het in LVK-kringen. Nieuwe generaties schrijvers dienen zich aan en schuiven langzaam maar zeker richting de top.
Thema
Ook Van Hoof merkt dat de lat steeds hoger komt te liggen. „Je probeert elke keer een thema goed uit te diepen en er iets origineels van te maken. Iets wat nog niet al zo vaak gedaan is. Dat probeert iedereen, maar de ene keer lukt dat beter dan de andere keer.” Dat het dit jaar goed is gelukt, staat vast: drie nummers naar de finale. Toch blijft hij voorzichtig. „Misschien hebben de stemmen ons er wel in gebracht,” relativeert hij. „Je weet nooit precies waarom iets wel of niet doorgaat.”
De finaleplek blijft, ook na meerdere deelnames, speciaal. „Carnaval leeft in Limburg. En als het om vastelaovesliedjes gaat, is het LVK het hoogst haalbare. Het is gewoon supersjiek om daar te mogen staan.”