Tijdens de jaarlijkse dodenherdenking staat wethouder Natasja Vaasen niet alleen stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, maar ook bij haar eigen familiegeschiedenis. Een verhaal dat diepe indruk maakt en dat volgens haar nooit vergeten mag worden.
Hoewel ze fysiek aanwezig is bij de herdenking in Maasbree, zijn haar gedachten vooral bij haar familie. “In mijn hart ben ik bij mijn familie, die in de oorlog verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt,” vertelt ze. “Zij hebben zich moeten verstoppen. Anders waren wij er waarschijnlijk niet eens geweest.”
Trekkers
De voorouders van Vaasen behoorden tot een trekkersvolk, dat tijdens de oorlogsjaren zwaar werd vervolgd door het naziregime van Adolf Hitler. Niet alleen Joden, maar ook Sinti en Roma – en mensen die daarop leken – liepen groot gevaar.
Ingegraven
In 1939 vroeg haar grootvader nog een vergunning aan om zich in Roermond te vestigen. Opvallend genoeg is die vergunning nog altijd in familiebezit. Toch besloot hij uiteindelijk niet te gaan. In plaats daarvan trok hij met zijn gezin naar de bossen van Helden.
Daar, in de omgeving van Bovensbos, nam hij een ingrijpend besluit: hij groef zich met zijn vrouw en acht kinderen onder de grond in. Vijf jaar lang leefde het gezin verborgen, in constante angst om ontdekt te worden.
Pas na de bevrijding kwam de familie weer tevoorschijn. In 1946 bouwde haar grootvader een nieuw bestaan op aan de Neerseweg in Helden, waar hij een stuk grond kocht en een huis bouwde.
Herdenken
Voor Vaasen is het verhaal van haar familie onlosmakelijk verbonden met de betekenis van herdenken. “Als Hitler de kans had gekregen, hadden wij hier niet gestaan,” zegt ze. “Dankzij de moed en daadkracht van mijn opa en oma zijn wij er nog.”
Geen uitzondering
Ze benadrukt dat haar familieverhaal geen uitzondering is. “Iedereen kent het verhaal van Anne Frank, maar er zijn zoveel verborgen verhalen. Ik hoop dat we die blijven vertellen.”
Volgens de wethouder is het doorgeven van deze verhalen essentieel, juist voor toekomstige generaties. “We moeten blijven laten zien wat oorlog met mensen doet. En vooral: dat we elkaar moeten blijven zien als mensen. Alleen zo kunnen we de vrede bewaren.”