Een halfjaar lang woonde Milou Ottenheijm uit Kessel in de Verenigde Staten. Ver van huis, familie en het Limburgse dorpsleven, maar één gevoel bleef altijd dichtbij: vastelaovend. Tijdens een interview in Kessel vertelt Milou hoe haar tijd in Amerika en haar liefde voor carnaval opvallend dicht bij elkaar kwamen.
Bijzonder moment
Nog vóór haar vertrek naar Amerika werkte Milou al aan een carnavalsnummer. “We zijn eigenlijk in de zomer al begonnen. In juni was het liedje al af,” vertelt ze. Een bijzonder moment, want terwijl de zon nog hoog aan de hemel stond, zat zij al volop in de carnavalsstemming.
Volgens Milou werkt dat juist goed: de sfeer van het afgelopen carnaval zit dan nog vers in het hoofd.
Het nummer
Het nummer gaat over een herkenbaar gevoel voor veel carnavalsvierders: wakker worden met een kater, jezelf voornemen om het rustig aan te doen, maar uiteindelijk tóch weer richting de tent of het feest te gaan. “Je denkt: het was eigenlijk toch wel vet,” legt Milou lachend uit. Dat gevoel – tegen beter weten in opnieuw meegaan in het feest – vormt de kern van het liedje.
Het vastelaovendgevoel
Tijdens haar verblijf in Amerika miste Milou het Limburgse vastelaovendgevoel. Toen ze begin januari terugkeerde naar Nederland, was carnaval in volle voorbereiding. “Ik kwam terug en iedereen was al volop aan het vieren,” vertelt ze.
Door de jetlag moest ze er even inkomen, maar via de carnavalsartiesten en evenementen voelde ze zich snel weer thuis. “Het was leuk om iedereen weer te zien en er samen een feestje van te maken.”