De gemeenten Peel en Maas en Beesel stellen samen extra geld beschikbaar voor Veilig Thuis Noord- en Midden-Limburg. De organisatie kampt met een hoge werkdruk, oplopende wachtlijsten en financiële problemen. Met de aanvullende subsidie moet Veilig Thuis de wettelijke taken kunnen blijven uitvoeren.
De veertien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg wordt gevraagd gezamenlijk 906.670 euro extra beschikbaar te stellen voor 2026. Peel en Maas draagt daarvan 81.483 euro bij. Voor Beesel gaat het om 26.298 euro, inclusief de kosten voor een onafhankelijke procesregisseur.
Veilig Thuis heeft te maken met een stijgend aantal meldingen en adviesvragen. De combinatie van hoge werkdruk, extra personele inzet, ziekteverzuim en een groeiende werkvoorraad heeft geleid tot een financieel tekort. Begin oktober luidden de 25 regionale Veilig Thuis-organisaties gezamenlijk de noodklok.
Uit onderzoek bleek dat Veilig Thuis onvoldoende zicht heeft op de eigen werkzaamheden en de benodigde personele inzet. Ook ontbreekt betrouwbare informatie om de financieringsbehoefte goed te kunnen beoordelen.
Een onafhankelijke procesregisseur moet de bedrijfsvoering, werkprocessen en aansturing onderzoeken. Ook moet deze verbeteringen begeleiden en de samenwerking tussen Veilig Thuis, gemeenten, lokale teams en andere zorg- en veiligheidspartners versterken.
De gemeenten verbinden voorwaarden aan de aanvullende subsidie. Zo moet Veilig Thuis blijven deelnemen aan het regionale programma Samen voor Veilig.
Naast de financiële ondersteuning willen de gemeenten de samenwerking tussen Veilig Thuis en de lokale teams verbeteren. Door meldingen gezamenlijk te beoordelen, moet sneller duidelijk worden welke organisatie passende hulp kan bieden. Daarmee kunnen onnodige overdrachten en herhaalde meldingen worden voorkomen.
Ook worden alternatieve scenario's onderzocht voor de organisatie van Veilig Thuis. Daarbij wordt onder meer gekeken naar inbesteden en het verstrekken van opdrachten. Dat gebeurt voor het geval de noodzakelijke verbeteringen onvoldoende voortgang boeken.
De problemen beperken zich niet tot 2026. De subsidieaanvraag voor 2027 valt aanzienlijk hoger uit. De gemeenten willen vooralsnog niet meegaan in het volledige aangevraagde bedrag en inzetten op een lagere subsidie. Daarover wordt in december 2026 een besluit genomen.
Wel moeten gemeenten rekening houden met een stijging van hun bijdrage. De bevindingen van de procesregisseur worden meegenomen bij de beoordeling van de toekomstige financiering. Naar verwachting komt er voor de zomer van 2027 meer duidelijkheid over de structurele kosten.