Het college van Peel en Maas stemt in met een overeenkomst waarin werk- en inkomensgaranties worden vastgelegd voor een deel van de medewerkers van de regionale sociale werkvoorziening NLW. Het gaat om medewerkers die direct betrokken zijn bij de begeleiding van mensen in de sociale werkvoorziening en die mee overgaan naar de nieuwe organisatie in ontwikkeling.
De maatregel hangt samen met de ontvlechting van de regionale samenwerking rond NLW, die in 2026 wordt opgeheven. De deelnemende gemeenten, Peel en Maas, Horst aan de Maas en Venray, werken daarna verder met een eigen lokaal ontwikkelbedrijf. Peel en Maas kocht vorig jaar het gebouw van de NLW-groep en gaat een eigen ontwikkelbedrijf starten in combinatie met HAL9. In dat nieuwe bedrijf worden de werkzaamheden op het gebied van arbeidsparticipatie en begeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voortgezet.
Vakbonden drongen aan
Volgens het college is de garantie nodig om duidelijkheid te bieden aan medewerkers én om het ontvlechtingsproces soepel te laten verlopen. Vakbonden hebben in de onderhandelingen aangedrongen op de afspraken, omdat zij vinden dat sprake is van een overgang van onderneming waarbij gemeenten verantwoordelijkheid dragen voor het personeel. Zonder de garanties bestaat het risico dat vakbonden niet instemmen met de plannen, wat de overgang zou kunnen vertragen.
Zeven teamleiders
In totaal gaat het om ongeveer 16,1 fte. Het betreft zeven teamleiders, zeven werkcoaches en daarnaast enkele jobcoaches en consulenten arbeidsontwikkeling. Voor deze medewerkers geldt dat zij zekerheid krijgen over hun werk en inkomen binnen de nieuwe organisatie.
Stafmedewerkers
Voor een andere groep van veertien stafmedewerkers gelden geen vaste garanties. Zij krijgen volgens de gemeente individuele begeleiding en maatwerk om de overstap naar ander werk of een andere functie te maken. Voor deze begeleiding is eerder al budget vrijgemaakt door de gemeenteraad.
Geen extra uitgaven
De kosten van de afspraken passen volgens het college binnen de bestaande financiële afspaken en leiden naar verwachting niet tot extra uitgaven. Het besluit maakt deel uit van de voorbereiding op de nieuwe opzet die vanaf 2027 moet ingaan.