Voor Rob Crins wordt het boksgala meer dan alleen een sportieve uitdaging. De 47-jarige ondernemer uit Panningen stapt de ring in om geld op te halen voor KiKa. Hoewel hij ervaring heeft met kickboksen, vraagt het boksen om compleet andere technieken. En juist dat maakt de uitdaging voor hem extra aantrekkelijk.
Crins woont samen met zijn partner Monique en hun twee dochters Lauren en Lois in Panningen. In het dagelijks leven is hij mede-eigenaar van GBO Innovation Makers, een bedrijf dat producten ontwerpt, ontwikkelt en produceert. Met een team van 27 mensen is het bedrijf actief vanuit Helmond en Hongkong.
Dat hij zijn sportieve uitdaging kan combineren met het steunen van KiKa, maakt zijn deelname extra bijzonder. “Om iets voor KiKa te kunnen betekenen is natuurlijk top. Met een beperkte inspanning van alle betrokkenen kun je zo’n mooi bedrag verzamelen. Dat is het mooiste wat er is.”
Helemaal onervaren stapt Crins niet de ring in. Hij heeft eerder aan kickboksen gedaan, maar merkt tijdens de trainingen dat boksen echt een andere discipline is. “Dat vind ik juist een leuke trigger. Je leert weer nieuwe dingen en krijgt met andere technieken te maken.”
Vooral het sparren is wennen. Waar bij kickboksen ook de benen als wapen worden ingezet, moet hij het nu uitsluitend met zijn vuisten en voetenwerk doen. “Je hebt je twee handen en mag niet, zoals bij kickboksen, je benen gebruiken. Er zijn andere technieken, combinaties en oefeningen. Dat is gewoon leuk.”
Niet alleen de wedstrijd zelf krijgt aandacht. Ook van zijn entree wil Crins iets bijzonders maken. Speciaal daarvoor liet hij door een muziekstudio in Amsterdam een eigen tune samenstellen.
“De opkomst is natuurlijk wel een dingetje. Meedoen aan een boksgala is geen standaard iets, dus die opkomst wil je wel heel chique aanpakken.” Een extravagante uitdossing hoeven de bezoekers volgens hem niet te verwachten. “Geen gekke outfits, maar wel met goede muziek op de achtergrond.”
In de ring wacht bovendien een interessante tegenstander. Hoewel de twee het buiten de ring goed met elkaar kunnen vinden, wil Crins tijdens de partij vanzelfsprekend winnen. “Je moet wel een bepaalde sympathie hebben. Het is een tegenstander, dus natuurlijk wil je winnen, maar ik heb een heel goede klik met hem.”
Zijn opponent is tien jaar jonger. Ook dat ziet Crins vooral als extra motivatie. “Dat is weer een uitdaging. We kijken wat we nog kunnen op je 47ste.” Eén ding staat voor hem alvast vast: “Dat gaat wel een leuke pot worden.”