Meer dan de helft van de onderzochte statushouders in Peel en Maas heeft binnen drie jaar een betaalde baan gevonden. Dat blijkt uit antwoorden van het college op vragen van het CDA over de participatie van statushouders en de landelijke proef met zogenoemde startersbanen.
Steekproef
Volgens een steekproef onder vijftig statushouders die de afgelopen drie jaar een traject zijn gestart, heeft 52 procent inmiddels een betaalde parttimebaan. Daarmee scoort Peel en Maas aanzienlijk beter dan de landelijke cijfers waarnaar het CDA verwees. Landelijk heeft ongeveer 30 procent van de statushouders na drie jaar werk en loopt dat op naar 50 procent na vijf jaar.
Snelle integratie
Het college schrijft dat de gemeente actief inzet op een snelle integratie richting werk. Statushouders volgen veelal een zogenoemd duaal traject. Daarbij combineren zij inburgering en taalonderwijs met het opdoen van werknemersvaardigheden en werkervaring. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor HAL9, waar deelnemers praktijkervaring opdoen voordat zij doorstromen naar werkgevers binnen het lokale netwerk.
Daarnaast kunnen statushouders aanvullende vaktaallessen volgen en certificaten behalen, zoals een VCA-certificaat of een praktijkverklaring op mbo-niveau. Ook wordt een cultuurverbinder ingezet om verschillen in werkcultuur bespreekbaar te maken en misverstanden op de werkvloer te voorkomen.
Eigen aanpak
Het CDA vroeg ook naar de landelijke proef met startersbanen voor statushouders. Het college geeft aan bekend te zijn met deze regeling, maar maakt er momenteel geen gebruik van. Volgens de gemeente sluit de eigen aanpak beter aan bij de situatie in Peel en Maas. Bovendien blijkt uit ervaringen dat veel statushouders eerst een ontwikkeltraject moeten doorlopen voordat plaatsing op een startersbaan mogelijk is.
Het college ziet daarom geen aanleiding om zich alsnog aan te melden voor de proef en blijft inzetten op de bestaande werkwijze.