Deze week overleed Ratko Mladić, de Bosnisch-Servische legerleider die een hoofdrol speelde bij de oorlog in Bosnië en de genocide van Srebrenica. Mladić stierf donderdag in de gevangenis in Den Haag, waar hij een levenslange straf uitzat.
Het nieuws raakt ook de Limburgse Bosnië-veteranen. Onder hen Wilbert Beurskens, die in 1995 als militair in Bosnië diende. Dat schrijft L1 Nieuws.
De zomer van 1995 staat in het teken van de val van Srebrenica. De enclave was door de Verenigde Naties uitgeroepen tot veilige zone, maar werd in juli ingenomen door Bosnisch-Servische troepen onder leiding van Mladić. Mannen en jongens werden gescheiden van vrouwen en kinderen. Meer dan 8.000 Bosnisch-moslimmannen en -jongens werden vermoord.
Voor Beurskens zijn de gebeurtenissen uit die periode nog altijd voelbaar. Hij keerde al meerdere keren terug naar Bosnië. Tijdens een eerder bezoek vond hij het wachthuisje terug dat bij de poort van het voormalige militaire kamp stond.
Opnieuw terug
Dinsdag vertrekt Beurskens opnieuw, samen met andere veteranen, per fiets richting Bosnië. Dit keer wil hij proberen ook van het land te genieten. ‘Nu om te genieten. Tenminste dat probeer ik.’ Toch blijft de reis beladen. ‘Hoe dichter bij de grens van Bosnië, hoe spannender het wordt.’
Over Mladić heeft Beurskens een duidelijke mening. De veroordeelde oorlogsmisdadiger had volgens hem langer moeten boeten. ‘Dan had hij wat langer moeten boeten.’
Terwijl Mladić nu is overleden, blijft voor Beurskens en veel andere veteranen vooral de herinnering aan 1995 bestaan. De nieuwe fietstocht naar Sarajevo wordt daarmee opnieuw een reis naar een land waar zijn verleden nog altijd dichtbij komt.