Stress is niet altijd slecht. Een bepaalde mate van stress is nodig om in beweging te komen en goed te kunnen functioneren. Maar wanneer prikkels en spanningen zich opstapelen, kan het lichaam de belasting niet meer goed verwerken. Josje Korsten, gespecialiseerd in stressmanagement, ziet dat steeds meer mensen hiermee worstelen. In gesprek met Ingrid Houtakkers legt ze uit hoe stress werkt en wat mensen kunnen doen om weer tot rust te komen.
‘Als je geen stress hebt, kom je ’s morgens überhaupt je bed niet uit’, vertelt Korsten. Stress is dus tot op zekere hoogte nuttig. Het helpt mensen om in actie te komen en zich te verhouden tot hun omgeving. Het probleem ontstaat wanneer de stress zich ongemerkt opstapelt. Door een opeenhoping van prikkels en triggers kan het zenuwstelsel uiteindelijk overbelast raken.
Wanneer de spanning te hoog oploopt, schakelt het lichaam automatisch over op overlevingsmechanismen. Dat kan zich uiten in boosheid, angst of paniek. Soms trekt iemand zich juist helemaal terug. Korsten noemt dat de zogenoemde freeze-reactie: mensen sluiten zich af en hebben het gevoel dat ze niets meer kunnen. ‘Laat me maar onder een dekentje op de bank liggen’, omschrijft ze dat gevoel.
Volgens Korsten is het voortdurend aanstaan voor veel mensen bijna normaal geworden. Ook paniekaanvallen komen volgens haar steeds vaker voor. Juist daarom is het belangrijk om signalen van stress tijdig te herkennen.
Een belangrijk hulpmiddel bij het verminderen van stress is de ademhaling. ‘Je ademhaling is eigenlijk heel zuivere feedback van waar jouw zenuwstelsel op dat moment is’, legt Korsten uit.
Bij ontspanning is de ademhaling rustig, langzaam en laag in de buik. Wanneer iemand spanning ervaart, gaat de ademhaling vaak hoger zitten. Dat kan een opgejaagd en gejaagd gevoel veroorzaken. Door bewust aandacht te besteden aan de uitademing en de ademhaling weer naar de buik te brengen, kan het lichaam tot rust komen.
Tijdens het gesprek laat Korsten Ingrid Houtakkers een eenvoudige oefening ervaren. Rechtop op het puntje van een stoel zitten, beide voeten plat op de grond en vervolgens de aandacht richten op de uitademing. De inademing mag daarna vanzelf ontstaan. Het resultaat is direct merkbaar: meer rust en een sterker gevoel van verbinding met het eigen lichaam.
In haar begeleiding helpt Korsten mensen vooral om zich bewust te worden van hun eigen stresssignalen. Dat gebeurt onder meer met lichaamsgerichte oefeningen. Daarbij kijken ze bijvoorbeeld naar de houding, de spanning in de schouders en het adempatroon.
Ook maakt ze gebruik van biofeedbackapparatuur. Daarmee kunnen mensen op een scherm zien wat er met hun ademhaling gebeurt wanneer ze ontspannen zijn of juist stressvolle gedachten hebben. Zo wordt zichtbaar welke invloed spanning op het lichaam heeft.
Door mensen die verschillen zelf te laten ervaren, krijgen ze inzicht in hun eigen patronen en leren ze hoe ze hun stress beter kunnen reguleren.
Volgens Korsten hoeft dat niet zweverig te zijn. ‘Ik denk dat er niks aardser is dan de adem.’