Een eeuwenoud verhaal, maar met personages en dilemma’s die verrassend dichtbij komen. In Kruisig Mij, de nieuwe editie van de Passiespelen in Tegelen, krijgt het verhaal van Jezus een actuele betekenis. Voor Elise van Wordragen en Francis Beeker-Lijssen uit Helden, Marcel Claessen uit Beesel en Alex Kuijpers uit Horst is meespelen meer dan alleen op het podium staan. De saamhorigheid achter de schermen en de herkenbaarheid van het verhaal maken de Passiespelen voor hen bijzonder.
Voor Elise begon het avontuur twee jaar geleden bij Het was Zondag in het Zuiden, dat eveneens in Tegelen werd opgevoerd. Daar werd ze door andere figuranten enthousiast gemaakt voor de Passiespelen. “Ze zeiden: is het niet leuk dat je over twee jaar ook meedoet met de Passiespelen? Dan komen er ook wat jongere mensen bij. En het is zo gezellig onder elkaar. Toen dacht ik: oké, dat wil ik best doen.”
Alex al sinds zijn twaalfde betrokken
Voor Alex Kuijpers zijn de Passiespelen inmiddels vertrouwd terrein. Hij begon op twaalfjarige leeftijd als soldaat, stond een volgende editie opnieuw als soldaat op het podium en speelde daarna bij de apostelen. Dit keer is hij voor de verandering – zoals hij het zelf met een knipoog noemt – opnieuw soldaat. Hij kwam ooit via een bekende bij de Passiespelen terecht. “Die doet hier ongeveer al honderd jaar mee en zei: kom eens een keer mee, misschien vind je het leuk. Ik dacht: wat heb ik te verliezen?” Het bleek een schot in de roos. “Vanaf moment één was ik verkocht. Dat was in 2012. En nu staan we hier in 2026 met net zoveel enthousiasme.” De sfeer binnen de groep speelt daarin een belangrijke rol. Achter de schermen verzamelen de spelers zich rond picknickbanken en verschijnen chips, nootjes en andere hapjes op tafel.
“Toen ik hier binnenkwam, voelde het meteen als familie en vriendschap. Dat heeft mij getrokken en hier gehouden. Daarna ga je ook kijken wat je nog meer kunt doen en wat je uit het spelen kunt halen. Dat maakt het iedere keer opnieuw leuk.”
Francis probeert Jezus te bereiken
Francis Beeker-Lijssen speelt een vrouw uit het volk met een heel eigen verhaal. Haar dochter is bezeten door demonen en als moeder probeert ze Jezus te bereiken in de hoop dat hij haar kan genezen. Maar dat blijkt niet eenvoudig. “Ik kom niet bij Jezus terecht. Petrus vangt me op, maar die bakt er niks van”, vertelt Beeker-Lijssen lachend. “Ik ben al weken op rij bij hem en nog steeds is mijn dochter niet genezen. Dus ik hoop dat het de komende voorstellingen toch eindelijk een keer lukt.”
Ook als figurant gaat ze volledig mee in het verhaal. Zodra ze het podium opstapt, verdwijnt een deel van haar dagelijkse terughoudendheid. “In het echte leven ben ik wat verlegener. Maar als ik op het podium weet wat ik moet doen, dan voel ik me als een vis in het water. Ik vind het gewoon heel leuk om te doen.”
Marcel Claessen nu aan de andere kant
Voor Marcel Claessen is het podium van de Passiespelen eveneens bekend terrein. Hij vertolkte in eerdere edities al Jezus en Judas. Ditmaal kruipt hij in de huid van Pontius Pilatus. “Judas of Jezus spelen is natuurlijk iets extra bijzonders, maar iedere rol kan mooi zijn. Deze Pilatus is ook weer heel mooi om te spelen.” Doordat hij eerder Jezus speelde, staat Claessen nu letterlijk en figuurlijk aan de andere kant van het verhaal. Zijn Pilatus is geen eenvoudige slechterik, maar vooral een politicus die probeert zijn positie veilig te stellen.
“Het is een politieke figuur die zegt: we zorgen dat het goed komt, maar ondertussen wil hij zijn eigen rug vrijhouden. Als hij uiteindelijk merkt dat zijn macht begint te wankelen, dan valt hij zelf ook.” Juist de twijfel maakt het personage volgens Claessen interessant. “Iedereen is bang te verliezen wat hij heeft.”
Ook thuis op het podium heeft Pilatus het niet gemakkelijk. Zijn echtgenote is bepaald geen volgzaam type. “Een verschrikkelijke kat”, grapt Claessen over zijn tegenspeelster. De combinatie werkt volgens hem juist goed. “De regisseur heeft heel goed gekeken naar wie bij elkaar past en wie goede tegenspelers zijn.”
Van zesjarige speler tot ervaren rotten
De Passiespelen worden gedragen door spelers van verschillende generaties. Zo loopt tussen de volwassen acteurs ook de zesjarige Siem rond. Hij speelt iemand uit het volk en staat samen met zijn vader op het podium, die Jozef vertolkt.
Dat familiegevoel is ook achter de schermen merkbaar. Voor aanvang wordt samen gegeten en gekletst en krijgen de spelers een gezamenlijke yell. Daarna horen ze hoeveel bezoekers er die voorstelling op de tribune zitten. Opvallend is dat de spelers amateurs zijn. Volgens de deelnemers krijgen ze daar regelmatig verbaasde reacties op. Bezoekers vragen na afloop of er niet toch professionele acteurs tussen zitten.
‘Dit gaat ook over mij’
Ondanks de gezelligheid en het plezier in het spelen draait het uiteindelijk om het verhaal. En juist daarin probeert Kruisig Mij de afstand tussen het Bijbelse verleden en het heden kleiner te maken. Voor de spelers zit de kracht in de herkenbaarheid van de personages en hun eigenschappen: macht, twijfel, angst, verraad, liefde en de behoefte ergens bij te horen.
Een van de spelers noemt vooral het slot met Judas indrukwekkend. Maar het belangrijkste effect komt misschien pas wanneer het publiek zichzelf in de personages begint te herkennen. “De voorstelling nodigt je bijna uit om naar binnen te kijken en te denken: verrek, dit gaat over mij. Alle karaktertrekken komen erin voor. Iedereen zal een keer denken: dat heb ik ook.”
De Passiespelen in Tegelen zijn nog tot en met 30 augustus te zien.