De gemeente Peel en Maas gaat de locaties waar inwoners zich volgens onderzoek van Pointer en het AD onveilig voelen niet afzonderlijk opnieuw beoordelen. Volgens het college bevatten de anonieme meldingen onvoldoende informatie om gericht onderzoek te doen. Nieuwe meldingen die rechtstreeks bij de gemeente binnenkomen, worden wel onderzocht.
Dat antwoordt het college op vragen die zijn gesteld door de VVD over het veiligheidsgevoel in de openbare ruimte. Aanleiding was de inventarisatie van Pointer en het AD. In oktober 2025 stonden 38 locaties in Peel en Maas op de kaart waar vrouwen aangaven zich onveilig te voelen.
Volgens het college zijn de resultaten destijds bekeken. Omdat veel meldingen anoniem waren en volgens de gemeente concrete toelichting en context ontbraken, hebben ze niet geleid tot afzonderlijk onderzoek of maatregelen. Ook houdt Peel en Maas niet apart bij hoe de locaties op de Pointer-kaart zich sindsdien hebben ontwikkeld.
Dat betekent volgens het college niet dat signalen over onveiligheid terzijde worden geschoven. Meldingen van inwoners, politie, boa's, jongerenwerk en andere organisaties worden geregistreerd en beoordeeld. Daarbij kijkt de gemeente zowel naar het veiligheidsgevoel als naar objectieve gegevens en de inrichting van een locatie.
Concrete meldingen kunnen leiden tot aanpassingen in de openbare ruimte. Als inwoners bijvoorbeeld aangeven dat een plek te donker is, kan worden besloten de verlichting aan te passen of een extra lichtmast te plaatsen.
Het college ziet geen aanleiding om alle eerder via Pointer genoemde locaties opnieuw te beoordelen. In andere gemeenten wordt daar anders mee omgegaan: Pointer meldde vorig jaar dat verschillende gemeenten de kaart juist gebruiken bij onderzoek naar en maatregelen voor sociaal onveilige locaties.
Inwoners van Peel en Maas worden opgeroepen onveilige situaties rechtstreeks te melden. Dat kan onder meer via de BuitenBeter-app. Volgens het college kunnen dergelijke meldingen, naast de beoordeling van een specifieke situatie, ook worden gebruikt om terugkerende problemen in beeld te krijgen en beleid en inrichting van de openbare ruimte te verbeteren.