De gemeente Peel en Maas is voorlopig terughoudend met het aanpakken van mensen die permanent op een vakantiepark wonen. De gemeente wacht eerst op nieuwe landelijke regels. In Peel en Maas worden 63 recreatiewoningen permanent bewoond. Buurgemeente Beesel zegt geen permanente bewoners op haar vakantiepark te hebben. Beide gemeenten zijn wel tegen permanente bewoning.
Voormalig minister Mona Keijzer riep gemeenten vorige zomer op voorlopig terughoudend te zijn met de handhaving tegen mensen die permanent in een recreatiewoning wonen. Eind dit jaar moet er een landelijk kader liggen dat meer duidelijkheid geeft over hoe gemeenten met deze groep moeten omgaan.
Uit onderzoek van de regionale omroepen en de NOS blijkt dat lang niet alle gemeenten gehoor geven aan die oproep. Gemeenten die al optraden tegen permanente bewoning, gaan daar in veel gevallen mee door. Daarmee heeft de oproep van de voormalige minister lang niet overal tot meer zekerheid geleid voor bewoners van vakantieparken.
In Peel en Maas is dat anders. De gemeente zegt vanwege de oproep van de voormalige minister momenteel juist terughoudend te zijn met handhaving tegen permanente bewoners.
"We zijn in afwachting van het landelijk handelingskader dat door de voormalige minister is aangekondigd en meer duidelijkheid moet bieden", laat de gemeente weten. Zodra dat kader er is, bekijkt Peel en Maas wat dit betekent voor de lokale aanpak.
Dat is voor Peel en Maas relevant, want permanente bewoning komt er daadwerkelijk voor. De gemeente telt 25 vakantieparken. Op drie daarvan worden volgens de gemeente in totaal 63 recreatiewoningen permanent bewoond.
Normaal gesproken houdt Peel en Maas actief toezicht op vakantieparken. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar permanente bewoning, maar ook naar bijvoorbeeld illegale bouw en de huisvesting van arbeidsmigranten. Voor controles op permanente bewoning gebruikt de gemeente onder meer gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP).
Van permanente bewoning is volgens Peel en Maas sprake als iemand een recreatiewoning als hoofdverblijf gebruikt, er het hele jaar of het grootste deel van het jaar woont en geen andere legale zelfstandige woonruimte heeft.
Hoewel de gemeente de handhaving nu terughoudend inzet, is haar standpunt over permanente bewoning niet veranderd.
Volgens Peel en Maas zijn de parken en recreatiewoningen daar niet voor ingericht. Ook vreest de gemeente dat de recreatieve sfeer en voorzieningen naar de achtergrond verdwijnen en vakantieparken daardoor minder aantrekkelijk worden voor toeristen.
Ook Beesel is tegen permanente bewoning. Daar is de situatie anders. De gemeente heeft één vakantiepark en volgens Beesel woont daar niemand permanent. Handhavend optreden is daarom op dit moment niet nodig.
De beveiliging van het vakantiepark houdt daar volgens de gemeente zelf toezicht op. Wanneer er signalen of vermoedens zijn van permanente bewoning, worden die bij de gemeente gemeld. Die kan vervolgens optreden.
Beesel is kritisch over de landelijke plannen. De gemeente vreest dat door de brief van de voormalige minister het beeld ontstaat dat permanent wonen in recreatiewoningen voortaan mogelijk wordt.
Dat staat volgens Beesel haaks op de jarenlange inzet om permanente bewoning op recreatieterreinen juist terug te dringen en te voorkomen. De brief kan volgens de gemeente daarom leiden tot "verwarring en het beeld van een onbetrouwbare overheid" bij mensen die geïnteresseerd zijn in het permanent bewonen van een recreatiewoning.
Beesel vindt dan ook niet dat de brief bewoners meer zekerheid heeft gegeven. Peel en Maas spreekt daar nog geen oordeel over uit en wacht eerst het landelijke kader af.
De verschillende aanpak in Peel en Maas en Beesel past in een landelijk beeld waarin gemeenten heel verschillend omgaan met permanente bewoning van vakantieparken. Naar schatting wonen in Nederland minstens 60.000 mensen permanent op een recreatiepark.
Sommige gemeenten controleren structureel, terwijl andere vooral in actie komen na meldingen of een officieel verzoek om handhaving. Ook de oproep van de minister om voorlopig terughoudend te zijn, wordt verschillend opgevat.
De regionale omroepen vroegen alle 342 Nederlandse gemeenten naar hun beleid rond permanent wonen op vakantieparken. 243 gemeenten reageerden. Voor het onderzoek zijn de antwoorden van 173 gemeenten gebruikt die één of meer vakantieparken hebben en/of inhoudelijk op de vragen reageerden. De conclusies uit het landelijke onderzoek zijn op deze antwoorden gebaseerd.