De uitbreiding van de wethoudersformatie in de gemeente Beesel van drie naar vier wethouders, en van 3,0 naar 3,3 fte, kost gedurende de raadsperiode 2026-2030 naar verwachting bijna €150.000 extra. Dat blijkt uit antwoorden van het college van burgemeester en wethouders op schriftelijke vragen van de VLP.
De partij stelde vragen over de financiële gevolgen van de uitbreiding. Volgens het college bedragen de extra directe personeelslasten tot en met april 2030 in totaal €145.935,84. Daar komen €3.898,63 aan incidentele kosten bij, onder meer voor de inrichting van een werkplek en de aanschaf van een laptop, telefoon en toebehoren. Daarmee komen de totale extra lasten voor de raadsperiode uit op €149.834,47.
Meerkosten lopen jaarlijks op
In 2026 bedragen de extra loonkosten €24.027,21. In 2027 gaat het om €32.781,92, in 2028 om €36.326,73 en in 2029 om €39.599,98. Voor 2030, tot het einde van de vierjarige zittingstermijn, rekent de gemeente met nog eens €13.200.
De loonkosten bestaan uit de bezoldiging, onkostenvergoeding, sociale lasten, pensioenopbouw en overige werkgeverslasten. De bezoldiging is per 1 juli 2026 met 2,7 procent verhoogd. Volgens het college wordt de jaarlijkse stijging veroorzaakt door indexering. De bedragen zijn gebaseerd op de Cao Rijk zoals die tot 1 januari 2027 bekend is.
Geen extra ambtelijke formatie
Volgens het college leidt de grotere wethoudersformatie niet tot extra structurele kosten voor ambtelijke ondersteuning. Bestuursondersteuning, secretariaat, facilitaire voorzieningen, ICT, opleidingen en representatie worden binnen de bestaande formatie en beschikbare budgetten opgevangen.
Pensioen en wachtgeld
Daarnaast noemt het college pensioen- en wachtgeldverplichtingen. De aanvullende pensioenlasten van de nieuwe wethoudersformatie bedragen volgens de huidige berekening circa €40.698 per jaar. Dit bedrag kan niet zonder meer worden opgeteld bij de bijna €150.000 aan extra lasten.
De pensioenvoorziening bevat namelijk ook verplichtingen voor voormalige wethouders. Daardoor kan volgens het college niet exact worden vastgesteld welk deel van de pensioenlasten uitsluitend voortvloeit uit de uitbreiding van drie naar vier wethouders.
Voor mogelijke wachtgeldverplichtingen noemt het college een maximaal extra financieel risico van €110.799,03. Of die kosten daadwerkelijk ontstaan en hoe hoog ze uiteindelijk zijn, hangt onder meer af van de duur van het wethouderschap en eventuele inkomsten uit nieuw werk.