Joris Rietveld.
Omroep P&MWat begint met een interesse in kungfu, groeit langzaam uit tot een wereld van angst, afhankelijkheid en geweld. Joris Rietveld doet in een boek zijn verhaal over de groep rond de inmiddels veroordeelde kungfuleraar René L., die jarenlang actief was in Kessel. “Je stapt niet in een sekte. Je raakt in een dynamiek die steeds toxischer wordt.”
Sterker worden
Het begon voor Joris betrekkelijk onschuldig. Als jonge man wilde hij fysiek sterker en weerbaarder worden. Via een vriend kwam hij bij een kungfuleraar terecht. Eerst draaide het vooral om sporten: één training per week werden er twee en gaandeweg raakte hij steeds meer betrokken.
De leraar maakte indruk. Hij sprak duidelijke taal, leek mensen te doorgronden en combineerde de vechtsport met ideeën over spiritualiteit en persoonlijke ontwikkeling. Na verloop van tijd kwamen er naast de trainingen ook theorielessen. De mensen die Joris daar ontmoette, werden vrienden. Zo ontstond stap voor stap een hechte groep.
‘Is het geen sekte?’
Pas veel later kwam de vraag die uiteindelijk ook de titel van zijn boek inspireerde. Zijn moeder vroeg hem: is het geen sekte, die vriendengroep van jou? Op dat moment maakte Joris naar eigen zeggen al zo'n tien tot twaalf jaar deel uit van de groep.
Achteraf zijn volgens hem allerlei rode vlaggen zichtbaar. Op het moment zelf werkte dat anders. De leden werden volgens Joris steeds afhankelijker en angstiger. De buitenwereld werd als gevaarlijk voorgesteld, terwijl de groep juist veiligheid zou bieden. Daardoor werd vertrekken steeds moeilijker. “Omdat je het niet doorhebt waar je in zit.”
Die afhankelijkheid had verschillende vormen. De leider zou veel voor leden doen en daarmee een gevoel van schuld en loyaliteit creëren. Later raakten groepsleden ook financieel en praktisch steeds sterker met elkaar verweven, onder meer door gezamenlijk vastgoed en leningen.
Steeds verder geïsoleerd
Ondertussen leidden de leden aan de buitenkant een betrekkelijk normaal leven. Ze hadden banen en gingen naar hun werk. Daarna begon echter een tweede bestaan. Joris beschrijft dagen waarop groepsleden na het werk gezamenlijk aten en lessen volgden die tot diep in de nacht konden doorgaan. Na nauwelijks slaap moesten ze de volgende ochtend weer werken.
Volgens Joris maakte die voortdurende vermoeidheid helder nadenken steeds moeilijker. Tegelijkertijd verplaatsten de trainingen zich van een gewone sportschool naar eigen panden. Zo trok de groep zich volgens hem steeds verder terug in een eigen omgeving in Kessel.
De situatie werd uiteindelijk gewelddadig. Joris vertelt dat hij zelf een mes op zijn keel kreeg en met een riek in zijn buik werd geduwd. Ook zegt hij te hebben gezien hoe anderen aan hun haren door een ruimte werden getrokken en met onder meer een riem, zweep en hondenketting werden geslagen.
‘Waarom ga je dan niet weg?’
Volgens Joris is juist die vraag voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen. Hij omschrijft zijn situatie als een ‘mentale gevangenis’. Door angst, uitputting en de voortdurende behoefte aan goedkeuring was er nauwelijks ruimte om van een afstand naar de situatie te kijken.
Breekpunt
Na zeventien jaar kwam voor Joris het einde. Niet omdat hij op een rustig moment besloot dat het genoeg was, vertelt hij, maar omdat hij de druk niet meer aankon. Een nieuwe beschuldiging leidde tot een uitbarsting tegenover de leider. Op dat moment verdween naar eigen zeggen plotseling een groot deel van zijn angst.
Later hoorde hij verhalen over seksueel misbruik binnen de groep. Dat bracht opnieuw een zware periode met zich mee. Uiteindelijk koos hij ervoor juridische stappen te zetten. De zaak kwam voor de rechter; de voormalige leraar kreeg volgens Joris een gevangenisstraf van 33 maanden.
Waarschuwing voor anderen
Met zijn boek wil Joris niet alleen zijn eigen ervaringen verwerken. Hij hoopt vooral het stereotype beeld van een sekte te doorbreken. Volgens hem hoeft een dergelijke groep zich niet afgezonderd op een berg te bevinden, maar kunnen vergelijkbare mechanismen ontstaan rond bijvoorbeeld sport, spiritualiteit, verenigingen of andere sociale groepen.
“Het kan iedereen gebeuren”, stelt Joris. Zijn belangrijkste boodschap: onderschat niet hoe geleidelijk afhankelijkheid kan ontstaan. Een kwetsbare periode kan iemand ontvankelijker maken voor een groep waarin erkenning en verbondenheid worden geboden. Pas later kan die omgeving steeds beklemmender worden.