De landelijke stikstofplannen van het kabinet kunnen grote gevolgen hebben voor de agrarische sector in Peel en Maas. Dat blijkt uit de beantwoording van vragen van de BBB-fractie door het college van burgemeester en wethouders. Het college noemt de plannen ingrijpend, maar ziet tegelijkertijd kansen om de huidige impasse rondom stikstof te doorbreken.
Volgens het college hebben de plannen nog geen wettelijke status. De minister presenteerde eind juni een beleidsvoornemen dat de komende periode verder moet worden uitgewerkt. Pas na goedkeuring door beide Kamers worden de maatregelen wettelijk vastgelegd.
Grote impact op agrarische sector
Het college verwacht dat de maatregelen een grote invloed zullen hebben op agrarische ondernemers in Peel en Maas. Vooral bedrijven in de omgeving van Natura 2000-gebieden, zoals de Groote Peel en de Deurnsche- en Mariapeel, krijgen te maken met strengere regels. Tegelijkertijd biedt het kabinet ruimte voor gebiedsgerichte oplossingen, waardoor lopende initiatieven zoals het Meijels Agrarisch Perspectief mogelijk kunnen bijdragen aan het behalen van de doelen.
Een eerste analyse laat zien dat binnen de bufferzones rond de Natura 2000-gebieden ongeveer 40 bedrijven liggen, waarvan veertien actief lijken in de agrarische sector.
Daarnaast verwacht het college dat ook maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water gevolgen kunnen hebben voor ondernemers in verschillende beekdalen. De precieze impact is volgens het college nog niet vast te stellen.
Ondersteuning voor ondernemers
De gemeente benadrukt dat zij ondernemers wil blijven ondersteunen. De accountmanager agrarische bedrijven blijft het eerste aanspreekpunt en via samenwerkingen zoals NOVEX De Peel, de Plattelandscoalitie en het Platform Vitale Veehouderij blijft de gemeente actief betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen. Daarbij wil de gemeente ondernemers faciliteren en begeleiden binnen de mogelijkheden van het gemeentelijk beleid.
Ook financieel zijn er volgens het kabinet middelen beschikbaar. Er wordt landelijk €20 miljard gereserveerd tot 2035 voor de uitvoering van de stikstofmaatregelen, waarna vanaf 2036 jaarlijks €435 miljoen beschikbaar komt. Hoe deze middelen precies worden verdeeld, moet nog worden uitgewerkt.
Nog veel onduidelijkheid
Het college wijst erop dat veel vragen nog onbeantwoord zijn. Zo is nog niet duidelijk hoeveel bedrijven uiteindelijk zullen moeten innoveren, extensiveren, verplaatsen of stoppen en hoe de landelijke plannen zich verhouden tot het provinciale beleid. De gemeente blijft hierover in overleg met de provincie Limburg en andere partners, met als uitgangspunt dat agrarische ondernemers toekomstperspectief houden én tegelijkertijd wordt gewerkt aan de opgaven voor natuur en waterkwaliteit.